dinsdag 20 december 2011

Kenia

14 december

                                          Gemiddeld 9,7 km. per uur.                                             

Vroeg opgestaan, maar géén Yusuf, dus naar zijn huis gegaan, en zagen Mark nog op de hoek staan wachtend op zijn truck, Yusuf met kapmes bij ons in de bus gestapt en gaan met die banaan. Het traject was erger als wij ons konden voorstellen, er waren hele stukken weggeslagen bij de laatste regenval. Onderweg zijn we diverse keren vast komen te zitten, waarna hij ons met zijn kapmes en een breekijzer en een schep iedere keer weer los wist te krijgen. Onderweg rende hij soms honderd meter vooruit om de moeilijkheid van het traject te bekijken en ons te piloteren naar het goede gedeelte. Op een bepaald punt werd er in het diepe spoor wat de vrachtwagens hadden gemaakt een boomstronk en takken neer gelegd, en werd er een paserende truck gevraagd er overheen te rijden om voor ons de boel te pletten. Na een tijdje in een dorp onderweg de stalen beschermplaat onder de motor een bout aan laten lassen want door de aanraking met grote stenen was die losgebroken. Na 13 uur !!!! rijden, met een enorm gemiddelde van 9,7 km per uur werd het langzaam donker (Yusuf wilde de volgende nederzetting bereiken om de nacht door te brengen), reden we ons weer vast, en waren we door ons zelf met al onze middelen niet meer los te krijgen, een tegenliggende 4 weel drive Toyota Landcruizer heeft ons toen uit de shit getrokken, en Yusuf ging in het donker onder de auto liggen om het sleeplint te verwijderen, en wij zagen duizenden torren en andere insecten over  de aarde lopen, sommige zaten in zijn haar, wij hebben eerst de beesten van hem afgeveegd en toen de bus in.
We besloten op die plek te blijven tot het licht werd, Jannie maakte een warme maaltijd en na gegeten te hebben, hebben we de rechter voorstoel gedraaid en Yusyf een deken gegeven, zodat hij voorin kon slapen en wij op ons eigen bed.

15 december

                                          Weer vastgelopen.

Vroeg in de morgen toen het nog schemerig was hoorden we hyena’s huilen. Toen wij nog in ons bed lagen ging Yusuf zachtjes naar buiten om honderd meter verderop het traject te controleren. Na het ontbijt gingen we weer met frisse moed verder. Tot nu toe het meest in de eerste versnelling en soms in de tweede. In ene zei Yusuf dat we moesten stoppen, en bleken we een lekke band te hebben, met vereende krachten binnen een kwartier het wiel verwisseld konden we weer verder. Onderweg kwamen we diverse dieren tegen waaronder springbokken, een hyena en een vos. Plotseling ramde onze onderkant wederom op een behoorlijke steen, waardoor onze bodem beschermplaat onder de motor weer een bout afbrak waardoor deze enorm veel lawaai ging maken door résonatie. Tegen de avond (we hadden vanaf de grens inmiddels 250 km !!! over klei, zand greffel en losse stenen gereden) kwamen we na 12 uur rijden met een slakkengang in de geboortestad Marsabit van Yusuf aan. Hij ging bij familie slapen en wij in een straatje in de buurt.

16 december

                                          Een krijger uit de "Rendile" stam reed mee.

In de ochtend eerst het wiel van de lekke band weggebracht om de band te laten repareren, vervolgens naar een “garage” om de bout aan de bodem beschermplaat te laten lassen, wat een paar uur ging duren, daarna wat boodschappen gedaan en het reservewiel weer opgehaald, getankt en vertrokken voor het volgende gedeelte van “The Road Trough Hell”. Veel trucks die we onderweg tegenkwamen stopten, want de meeste waren kennissen van Yusuf, en vaak vroeg hij aan hen hoe het laatste gedeelte waar zij over hadden gereden de conditie was.
En als we gepasseerd werden door een truck, kwam er soms zoveel stof vrij dat wij alle roosters en ramen moesten sluiten, en de eerste minuten soms niets meer zagen.
Na een gevecht van diverse uren kwamen we aan het eind van de middag een paar mensen tegen die mee wilden rijden naar hun dorp een 30 km verderop, het waren twee meisjes en een krijger van in volle oorlogstooi van de “Rendile” stam, ze namen plaats in onze bus en de krijger kon communiceren met onze Yusuf, en die vertaalde het voor ons in het Engels. De krijger vond het gek te rijden in een rijdend huisje. Toen Yusuf een foto van hem maakte die Jannie tijdens het rijden voor hem afdrukte waar hij een hele tijd gebiologeerd naar zat te kijken, keek hij of hij water zag branden, en dacht hij dat Jannie kon toveren. Tegen donker kwamen we in het dorp aan van de lifters, waar we hen af zetten. En waarna we een plek toegewezen kregen van het dorpshoofd om te mogen slapen. Zoals gewoonlijk waar we ook stoppen tientallen belangstellende mensen die ons bekijken en het rijdende huisje willen zien, en ook de landkaart op de bus is een enorme trekker, want we hebben met een watervaste pen onze tot nu toe afgelegde route er op getekend. Jannie heeft nog even een warme maaltijd voor ons en Yusuf gemaakt, waarna we om een uur of negen gebroken onder de wol kropen.

17 december

                                                    Krijger wilde Kees een geit verkopen.

Vertrokken voor het laatste gedeelte van het traject, wat achteraf  382 km !!! bleek te zijn met een gemiddelde van onder de tien km. per uur. Onderweg diverse dieren gezien waaronder een groep zebra’s. De laatste 30 km bestond voor het grootste gedeelte uit zand en kilometers vreselijk wasbord.  Aangekomen in Merile, het laatste dorp voordat het Goddelijke asfalt begon, wat water en frisdrank ingeslagen. Gekeken bij de plaatselijke mensen waar we werden aangesproken of we niet even een geit wilden kopen voor de kerst, wat we natuurlijk weigerde. Als we betaalden mochten we nog wel een foto van de krijger met de geit maken. Na Yusuf de diverse foto’s en het filmpje van hem te hebben laten zien en hem een vergoeding voor zijn werk te hebben gegeven. En tevens gaven we hem nog een paar souvenirs en namen afscheid. Na enig nadenken zei hij dat hij nog enige kilometers met ons mee wilde rijden naar de volgende stad waar hij meer mogelijkheden had om met een vrachtwagen terug naar zijn woonplaats te gaan. Na ong. 20 km ging onze linker achterband aan flarden. Yusuf sprong uit de bus en ging wederom met een rotgang aan de slag samen met ons. Na een kwartiertje reden we weer en zagen we een vrachtwagen uit tegenovergestelde richting komen, wij stopten, Yusuf sprong met zijn zwaard uit de bus en klom bovenop de vrachtwagen, zwaaide en ging weer 382 km non stop terug naar zijn woonplaats aan de grens, we zagen hem in de verte nog zwaaien, en hij verdween uit ons leven. Bij de eerstvolgende politie controlepost in de stad Baria vroegen wij of we daar de nacht mochten doorbrengen wat ze wel leuk vonden.

18 december

                                          Drie kwartier vast op een kruizing.

Vertrokken richting Nairobi de hoofdstad van Kenia wat nog ongeveer 300 km was. Voor een koffie pauze zijn we in het gebergte “Mount Kenia” gestopt, en daar was tevens de evenaar. In de loop van de middag kwamen we aan in Nairobi. Na een pittige zoekpartij in het zéér intensieve verkeer (in Kenia is het linksrijdend!!) waar we op een bepaald moment drie kwartier op een kruising muurvast stonden kwamen we aan op de campsite “Jungle Junction” , gelegen in de stad met een Duitse eigenaar. We werden hartelijk welkom geheten door Luc en Sara, Tammi de Zuid Afrikaanse, Hélène en Tonnis, Mark en de rest van de overlanders. Er was ook een koppel Japanners die met de motor 18500 km onderweg waren van uit Japan.
Na ons te hebben geïnstalleerd werden we uitgenodigd voor een barbecue georganiseerd door de twee Zuid Afrikaanse zusjes. Na een zéér gezellige avond vermoeid en voldaan gaan slapen.

19 december 

                                          Campsite in Nairobi.

Na het ontbijt zag Jannie dat de vrouw van een rolstoeler emmeren om de voorband van haar man z’n rolstoelfiets te repareren en zei toen tegen kees dat hij moest vragen of hij kon helpen. Het was een Frans koppel waarvan de man een dwarslaesie 20 jaar geleden had opgelopen bij rugby, en zij waren van Zuid Afrika op de terugreis, zei reisden al 16 jaar met de auto zo af en toe naar andere continenten. Ze waren maar wat blij dat Kees de band kon repareren. De rest van de dag eerst de was laten doen, de dagverslagen weer bijwerken, wat kleine onderhoud dingen aan de bus en verder relaxen.  

20 december

                                          Gezamelijk internetten op de campsite.

Zo wie zo een relaxdag op de campsite. We waren van plan om de site een update te geven, maar met onze laptop konden we absoluut niet op internet komen, omdat de laatste keer in Addis Abeba ik met alléén met een dongel op internet kon heeft Mark de Zwitser iets aan de instellingen van onze laptop verandert. Iedereen op de campsite gevraagd of zij de instellingen weer goed konden zetten, maar nee hoor. In de loop van de dag zagen we een koppel Nederlandse overlanders, Adri en Regina uit Harderwijk die de dag ervoor aan waren gekomen, en hem gevraagd, en in drie minuten toverde hij het boeltje weer goed. Dus eindelijk konden we de site weer bijwerken en de foto’s er op plaatsen. Onze gasfles was leeg
dus die ter vulling aangeboden. ’S avonds gezellig met Adri en Regina in een restaurant heerlijk en gezellig uit eten geweest, daarna teruggewandeld naar de campsite.


21 december


In de loop van de morgen met de taxi naar de andere kant van Nairobi gereden om een aan/uit
schakelaar zien te bemachtigen. Deze schakelaar die het aan en uit zetten van de blower in de bus regelt, was in Aswan in Egypte vervangen, maar was door hitte verbrand en werkte dus niet meer. Na van de ene naar de andere onderdelen winkel gestuurd te zijn kwamen we bij een sloperij terecht, waar de man het gewenste onderdeel binnen 10 tellen had gevonden. Teruggekomen op de campsite deze geïnstalleerd, en nog diverse andere kleine dingen aan de bus gedaan. Daarna op internet de site een update gegeven en onze digitale kerstwens verstuurd.

22 december

                                         In kerstsfeer in warenhuis Nairobi.

Boodschappen in een super modern winkelcentrum gedaan. De kerstsfeer was hier óók aanwezig, want er was op de achtergrond muziek van Bing Crosby te horen. Er was hier van alles te koop, tot Hollandse kaas aan toe. Twee kilometer teruggelopen met volle boodschappen tassen. Het was de bedoeling om een uur of één te vertrekken, maar ons reservewiel waar de band nog van aan flarden was, was nog niet van een andere band voorzien, terwijl wij hem al de vorige dag hadden afgegeven, dus moesten we daar nog op wachten. Toen we wilden afrekenen, bleek de beheerder een pauze te hebben tot drie uur.
Na afgerekend te hebben vertrokken in de richting van een wildpark genaamd “Amboseli National Park”. Het eerste stuk ging over een asfaltweg hetgeen vlug opschoot, daarna ong. vijftig kilometer over een wasbordweg met graffel. Toen het donker werd werden we voorbij gereden door twee mannen op een motor. Toen zij stopten vroegen we aan hen hoe ver het nog was, wat wij veel te ver vonden om in het donker af te leggen. Wij vroegen hen of we op hun terrein konden overnachten. Het bleek een door Koreaanse mensen geleide missiepost te zijn. Wij waren zéér verbaasd, daar het inmiddels half negen in de avond was en we bij een kerk aankwamen waar ong. nog 300 kinderen aanwezig waren. Na aan de leiding van het project te zijn voorgesteld zijn we gaan slapen.

23 december

                                         Kerk op terrein van het missiehuis.
Na het ontbijt kwam de leiding onze bus van binnen bekijken en hebben wij een pakketje afgegeven bestaande uit schrijfgerij wat Kees van zijn vaste kapper “De Barbier” uit Hoorn had meegekregen. Daarna hebben we nog een wandeling over het terrein gemaakt. Wij zagen dat de kinderen hun eigen kleding aan het wassen waren. We hoorden en zagen dat de kinderen intern waren en dat iedereen aan het werk was. Na afscheid genomen te hebben vertrokken naar het wildpark, waar we om ong. half elf aan kwamen. Daar hebben we een rondrit door het wildpark gemaakt, daar het low seeson was, waren er zéér weinig toeristen.

    Amboseli wildpark Kenia.

We hebben diverse dieren kunnen spotten, o.a. olifanten, struisvogels, zebra’s, nijlpaarden, diverse soorten springbokken, wrattezwijnen en diverse mooie exotische vogels. De nacht hebben we in een zeer klein dorpje net buiten de toegangspoort van het wildpark doorgebracht.

24 december

                                         Voor ingang van het Amboseli park.

Voor het vertrek hadden we een gezellig gesprek met een Massai genaamd Saitoti en een verkoopster Teresa. Na een foto van hun te hebben gemaakt, afgedrukt en afgegeven te hebben zijn we vertrokken voor 50 km over een graffel/wasbord traject. Aangekomen in het grensplaatsje Namanga hebben we eerst wat boodschappen gedaan, toen onze tank vol met diesel, om vervolgens de grens formaliteiten te regelen.

 
Klik boven op de titel om onderaan een reactie te plaatsen.

zondag 27 november 2011

Ethiopie

26 november

                                         Ongelukje onderweg.

We werden gewaarschuwd dat we niet al te hard op de Ethiopische wegen konden rijden omdat er veel mensen en dieren op de wegen liepen. Dit bleek wel want we moesten regelmatig zéér langzaam rijden of stoppen om de kuddes te laten passeren. Na enige tijd moesten we afremmen voor een overstekende aap, waarna we stopten en ja hoor aan de andere kant van de weg zat een hele troep. Een half uur daarna moesten we wederom stoppen maar nu voor een ongeluk, er was een aanhanger van een tankwagen met butaangas omgeslagen waar door de weg was geblokkeerd, na ongeveer drie kwartier konden wij weer verder omdat er net genoeg ruimte was om onze bus er tussen door te laten. In een kleine stad bij een bank wat euro’s omgewisseld voor Ethiopische Birr’s om te tanken enz. Aangekomen in de stad Gonder viel het ons op dat de dames veel in westerse kleding rondliepen, waarschijnlijk omdat ze hier voor ong. 65% Christelijk zijn en de minderheid Moslim is
Voor onze nachtplek gingen we naar Belegez pension/campsite waar we met de bus op de binnenplaats mochten staan. Na ongeveer een kwartier kwam tot onze verbazing een Duitse overlander op een motor binnengereden die we ook in Egypte op de boot hadden gesproken. Een uur daarna kwamen nog 3 Duitse motorrijders aangereden, ook die kenden we nog van de boot. Het werd nog gezellig.

27 november

                                         Gezellig uit eten met andere overlanders.

Bij het ontwaken kwamen tot de ontdekking dat er nog 2 auto’s op de binnenplaats bij waren gekomen, waarvan één van de United Nations. Deze dag deden we rustig aan, de site weer eens bijgewerkt en de was gedaan, want we dachten de volgende dag eventueel weer te vertrekken. Aan het begin van de avond toen wij in de stad aan het wandelen waren zagen we ineens de drie andere overlanders, de drie Nederlanders en de Belg die ook naar onze campsite gingen. Dat was dus een hartelijk weerzien.

                                         Jannie probeert een originele Ethiopische dans.

Hierna zijn we gezellig met z’n allen naar een zéér goed restaurant gegaan met levende muziek, waarna we na het eten op de Ethiopische muziek hebben gedanst.

28 november


In de ochtend zijn we in de binnenstad geld uit de muur wezen trekken wat hier in deze staduitsluitend
met een creditcard mogelijk was. Daarna zijn we met z’n allen een zéér oud kastelen complex wezen bezichtigen, even op een terras iets gaan drinken, waarna we in gezelschap van twee Franse dames die we in het kasteel tegenkwamen met een bus naar een badhuis van paar eeuwen terug waar in januari mensen worden gedoopt zoals de discipelen van Jezus dit deden in de rivier de Jordaan er zijn zelfs tribunes gebouwd die tijdens de doopplechtigheid helemaal vol zitten. De avond zijn wij met Lucas de
Belg naar het gezellige restaurant van de vorige avond gegaan, maar dat was totaal volgeboekt, toen
hebben ze buiten voor ons drieën plaats gemaakt om te eten.

                                         Met z'n vijven een spelletje in de bus.

Na het eten met z’n vijven koffie gedronken in de bus omdat het behoorlijk afkoelde (want we zaten wel op een hoogte van zo’n 2200 meter) waarna we nog gezellig een spelletje hebben gedaan.

29 november

                                         Bandje aan flarden.

Om ongeveer 10 uur vertrokken van de campsite in Gondar met de Belgische en de 2 Nederlandse auto’s richting Gorgora liggend aan het Lake Tana, daar is een camping/resort gedreven door een Nederlands stel wat vlakbij Hoorn had gewoond. Toen we uit de stad waren moesten we over een weg wat géén weg was maar een gravel spoor van 51 km. Na ongeveer één uur rijden met een gemiddelde van ong. 30 km. per uur hoorden we ineens een raar geluid en toen we uitstapten bleek onze band die we in Aqaba (Jordanië) hadden gekocht totaal aan flarden. Na een kwartiertje oponthoud waarbij de anderen ook op ons wachten reden we weer verder. In de middag kwamen we aan op de camping: http://www.timkimvillage.com/ waar we hartelijk door Kim werden ontvangen en kregen een rondleiding. Na ons geïnstalleerd te hebben en de velg met het resterende stuk rubber op de auto hebben gebonden, zijn we gaan dineren in het restaurant gedeelte. Na het eten kregen we op de laptop van een Zuid-Afrikaans vrouwtje een dia presentatie van een gedeelte van de route die wij eventueel wilden doen. Na haar uitleg gaf het te denken of dat wel mogelijk is voor onze auto.
Daarna nog gezellig na gepraat met een glaasje wijn. Toen kwam er nog een stel binnen, dat waren Philip en An uit Frankrijk waarmee wij de kamer in het hotel in Wadi Halfa hadden gedeeld.

30 november   

                                         Camping aan Lake Tana.

Heerlijk uitgeslapen, broodjes in het restaurant van de campsite gehaald, en ontbeten. Kees ging onder de zéér professorische douche met ijskoud water, dus dat duurde niet al te lang. Daarna de campsite verkent en een rondleiding gekregen door de vader van Tim over het terrein waar de lodges staan en de in aanbouw zijnde douches en toiletten. In de middag in “Word” de dagverhalen bijgewerkt en de foto’s op de laptop geplaatst. Daarna een wandeling over de berghelling naar de andere kant van de baai. ‘s Avonds met z’n allen heerlijk gegeten en nagezeten.

1 december
                                         Terugweg vanaf de camping.

Vroeg in de morgen bus rijklaar gemaakt daarna zijn we heerlijk in het restaurant van de campsite gaan ontbijten toen afscheid genomen van Tim en Kim en zijn ouders. Vervolgens via een soort droge rivier gereden naar de grindweg van 51 km lang richting Gondar. Aan het eind van deze weg bleek weer eens dat we voor niets de bus aan de binnenkant hadden schoongemaakt, alles zat wederom onder een dikke laag stof. We gingen terug naar het pension/campsite waar een paar dagen terug ook hadden gestaan. Daar zijn we met de manager die zeer goed Engels spreekt naar een winkel waar ze autobanden verkochten, we moesten er twee achterbanden hebben, want de overgebleven goede bleek niet echt geschikt te zijn vanwege het gewicht van de bus. De banden gekocht en in de bus gelegd, daarvandaan naar een firma die de banden kon monteren. De banden werden met de hand gemonteerd. Toen de banden op de velgen zaten bleek er geen stroom aanwezig om ze vol te pompen, de monteur met de wielen in een motorriksja om de banden bij een tankstation op te pompen, toen hij terug kwam eindelijk de wielen onder de auto. Daarna zijn we naar de campsite teruggegaan, en daar ontmoetten we weer div. andere overlanders.
                                         Koffie met lekkers.

We werden door de manager uitgenodigd om bij hem thuis koffie te komen drinken met een Zwitser en een Portugees beiden waren backpackers. We gingen met onze bus naar zijn huis en moesten ook een speciaal gebakken brood/cake meenemen. Bij hem thuis werden de koffiebonen op een speciale Ethiopische manier geroosterd. Vervolgens gemalen waarna er koffie van werd gezet. Na dit tafereel gingen we weer terug naar de campsite waarna we met de Belg en het Franse stel en een Nederlander naar het gezellige restaurant met de live muziek gingen.

2 december

                                          Een noodbrug over een rivier.

In de ochtend heeft Jannie de was gedaan, en Kees het reservewiel en een losse band op de auto gemonteerd, Naar de binnenstad gegaan om geld uit de muur te trekken, toen dat niet lukte binnen in de bank kon het alleen maar met onze creditcard opgenomen worden met invulling van een formulier. Hierna naar het voor ons bekende internetcafé om onze site weer bij te werken. Wat boodschappen gedaan en weer terug naar de campsite. Daar aangekomen bleek het Nederlandse Tonnis en Hélène net aan te komen om de Belg op te halen, die was echter reeds vertrokken. Toen zijn wij gezamenlijk ongeveer 170 km verderop gereden naar de Campsite in de plaats Bahir Dar aan de zuidkant van Lake Tana. Daar tegen donker aangekomen troffen we de rest van de overlanders aan. We hoorde daar dat de Engelse motorrijder een aanrijding met een ezel had gehad, hij was lichtgewond, en de ezel had het loodje gelegd.

3 december

                                          Watervallen bij Bahir Dar.

In de morgen rustig aangedaan, waarna we ’s middags besloten om met onze bus met Tonnis en Hélène naar de watervallen van het ontstaan van de Blauwe Nijl te gaan. Al vlug bleek de weg ernaar toe opgebroken te zijn en via een behoorlijke omweg over allerlei karrensporen kwamen we op een graffel weg van ong. 30 km uit waar aan het eind de watervallen waren. Via een bergwandeling van ongeveer een half uur waar Hélène een stok kon huren kwamen we via een enorme stevige hangbrug
onder begeleiding van de nodige plaatselijke bevolking bij de watervallen, die zéér indrukwekkend waren.

                                          Woonkamer lokale bevolking.

Op de terugweg hebben we halverwege een bezoek gebracht aan huisje/hut van één van de lokale meisjes die al die tijd met ons mee liep. In de hut waren geen meubelstukken en ze sliepen op de kleigrond. Bij de bus teruggekomen hebben we nog twee lokale mensen naar hun huis gebracht.
Daarna heeft Hélène het eten klaargemaakt en ondertussen heeft Jannie de bus grotendeels aan de binnen kant van stof ontdaan, dat op sommige plaatsen één centimeter dik was opgehoopt.

4 december

                                          Wasplaats voor mannen.

Vroeg opgestaan (7 uur) want we zouden een bezoek met de boot maken naar diverse eilanden op het Lake Tana. Het was de bedoeling om acht uur te vertrekken maar het werd uiteraard half negen, en zoals ze het hier zeggen “African Time” Bij het vertrek zagen we dat 100 meter verderop in het meer een plaatselijke wasplaats voor mannen was, wat ons opviel was dat diverse mannen elkaar aan het wassen waren. De tocht over het water naar het eerste eiland duurde ongeveer een uur, en onderweg zagen we mannen met bootjes vissen en daarom heen diverse grote pelikanen. Bij het eiland aangekomen een wandeling gemaakt tussen de plaatselijke middenstand door waarna we bij een zéér oude historische kerk kwamen met zéér mooie  Bijbelse wandschilderingen. Toen weer terug door de “bush bush” naar de boot. Doorgevaren naar een volgend eiland waar ons groepje besloot niet meer wilde kijken naar nog weer eens een kerk.

                                          Bierproeven.

Waarna we uitgenodigd werden om zelf gebrouwen bier te drinken, wat we uit gezondheids overwegingen toch maar achterwege lieten. teruggevaren naar onze campsite waar we tegen drie uur weer terug waren. Lekker gedoucht, bus verder schoongemaakt aan de binnenkant, foto’s op de laptop gezet. En ’s avonds in een lokale pizaria een heerlijke pizza gegeten, 2 grote pizza’s en 3 Coca Cola’s voor 130 Birr, omgerekend € 5,75, in een beter restaurant.

5 december

                                          Locale fietsenwinkel.

Samen zijn we met Tonnis en Hélène uit Bahir Dar vertrokken en hebben we eerst nog wat boodschappen gedaan, ook nog even getankt en nog even wat Birr’s uit de muur getrokken. Daarna richting Debre Markos waar we ons kamp op de binnenplaats van een hotel zouden opslaan. Onderweg kwamen we door diverse dorpjes, en zagen we in één van die dorpjes een heuse fietsenwinkel. Ook zagen we een lokale veemarkt. Tegen een uur of vier kwamen we bij het bedoelde hotel aan. Alwaar we op het binnen terrein naast de gedekte tafeltjes mochten staan. Daar we wel in onze eigen auto sliepen en Tonnis en Hélène in hun daktent mochten we toch douchen in het hotel. Onze bus had erg veel bekijks van het personeel en diverse gasten, (want ze kennen hier absoluut géén campers). 
Er werd op de binnenplaats een groot scherm opgesteld waar we ’s avonds onder het eten bij een grote vuurkorf de samenvattingen van de Engelse voetbal competitie hebben gezien. daarna hebben we in onze bus nog even koffie gedronken en een spelletje gespeeld.   

6 december

                                          Koffiepauze.

Gisteren en vandaag hebben we de hele dag door een mooi groen berggebied gereden waar we moesten klimmen tot ong. 3500 meter hoogte. Al na 10 minuten werden we verrast door een troep bavianen langs de weg. Het wegdek was afwisselend goed, wasbord of graffel en zeer grote gaten.
In de namiddag arriveerde we in Addis Abeba de hoofdstad van Ethiopië. Na enig zoeken in het zéér drukke verkeer vonden we de Hollandse campsite “Wim’s Holland House” waar wederom diverse andere overlanders waren die we op de boot tussen Egypte en Soedan hadden ontmoet, dus weer een gezellig weerzien. Daar zijn we gestart met een soort lunch van Hollandse kroketten en patat.
We zijn na een gezellige avond behoorlijk vermoeid vroeg naar bed gegaan.

7 december

                                          Onderhoudsbeurt op de camping.

Om negen uur zijn we gezamenlijk met Tonnis en Hélène in een taxi gestapt waarvan het rechtervoorwiel enigszins scheef stond, maar ja het was een Lada van ong. 40 jaar oud, om naar de ambassade van Kenia te gaan om onze visums aan te vragen, dit kon uiteraard niet meteen dus hebben we daar afgesproken om ze de volgende dag op te halen. Teruggekomen op de campsite
hadden we afgesproken met een automonteur om van de auto van Tonnis en onze bus de brandstoffilters, oliefilters en olie te vervangen. Daarna zijn wij nog even de binnenstad van Addis Abeba in gegaan om te proberen Euro’s te wisselen voor US dollars, hetgeen we bij vijf banken hebben geprobeerd maar tot op heden niet wilde lukken. Wel hebben we een behoorlijk bedrag aan “Birr’s” uit de muur kunnen halen, dus doen we ev. morgen nog een poging om het lokale geld om te wisselen.

8 december
                                          Camping in Addis Abeba, Nick & Simon waren hier ook geweest.

In de morgen  kwam de automonteur terug om de olie te vervangen, want de vorige dag had hij alléén  voor Tonnis olie meegenomen, en in de tuin waar we stonden was een heuse smeerput aanwezig, dus dat kwam goed uit. Daarna gingen we met Tonnis en Hèlene, Lucas (de Belg) met zijn vriendin Sara richting de grens van Kenia, en zouden we onderweg bij de ambassade van Kenia onze paspoorten afhalen. Daar aangekomen troffen we de Zwitserse motorrijder Mark, en kwamen we tevens tot de ontdekking dat we onze landkaart van oost Afrika op de campsite hadden laten liggen, dus besloten we met Mark terug te gaan naar de campsite en om gezamenlijk met hem verder te reizen naar “the road of hell” in Kenia deze weg is ongeveer 500 km zéééér slecht wegdek/track. En naar de grens is het nog ongeveer 3 dagen reizen. Nadat we in de stad wat boodschappen hadden gedaan, bleek de rest ook teruggekomen te zijn, zij dachten de volgende campsite die zij wilden bereiken niet voor donker te halen, dus besloten we met z’n allen de volgende morgen te vertrekken.

9 december

                                          Mariboe's eten visresten.

Prompt om 9 uur vertrokken richting de grens van Kenia, nu dus drie auto’s en Mark op de motor.
Onderweg zijn we met z’n allen gestopt bij een meer voor een koffiepauze. Daar waren een paar mensen op de grond vissen aan het schoonmaken, en 20 meter daarvandaan stonden een heleboel mariboe’s, de vogels waren manshoog en ze vochten om het afval van de vis. We hadden daar erg veel bekijks, en het was zo druk dat we niet in de gaten hadden dat het fototoestel van Mark werd gestolen. Na ruim 100 km gingen wij met Mark door en gingen de andere twee auto’s een andere route van ongeveer 1000 km offroad wat voor onze auto absoluut onhaalbaar was, dus spraken we af elkaar weer te ontmoeten op een campsite in Nairobi de hoofdstad van Kenia. Rustig verder gereden naar een resort 8 km van de weg af, waar we ook offroad moesten. We werden bij aankomst zéér positief verrast, alles was van een zéér hoog niveau. We kregen een welkomstdrankje en werden rondgeleid. Door een paar landgenoten van de Nederlandse ambassade werden we op de hoogte gebracht dat er een koffieceremonie was en tevens dat ze wilde hyena’s en gieren zouden gaan voeren. In afwachting zaten we op het terras met tientallen aapjes in de bomen 10 meter voor ons.

                                          Heerlijk bufet in lodge.

Na de ceremonie naar het restaurant gegaan voor een super de luxe buffet, en na het eten een leuk gesprek gehad met de eigenaar en zijn vrouw onder het gebruik van citroen likeur.

10 december

                                                    Jannie bekijkt reuze cactus.

Buiten op het terras heerlijk ontbeten, vervolgens zijn wij met z’n tweeën een wandeling door een bos met heel veel zéér hoge cactussen naar een rivier gelopen terwijl Mark z’n tent en bagage weer op zijn motor plaatste. Afscheid genomen van de eigenaars van het resort en vertrokken voor een rit over een weg die alsmaar slechter en slechter werd met een gemiddelde van zo’n 30 km per uur. Aangekomen in de plaats Agere Maryam vonden we een hotel met binnenplaats, waar Mark een kamer boekte en wij op de binnenplaats in de bus bleven slapen. Zelf voor ons drieën eten klaargemaakt, want een blik van Kees in de keuken van het restaurant was voldoende.

11 december

                                          Toeschouwers tijdens de koffie.

Bij ons ontbijt kwam iemand bij de bus staan en vertelde ons dat de rest van weg naar de grens
goed zou zijn, tot onze grote verbazing was de weg perfect. Tijdens onze koffiepauze/lunch dachten we eindelijk op een plaats te staan waar géén mensen waren, maar na 5 minuten doken er van alle kanten weer mensen op. Toch maar wat koekjes uitgedeeld en geluncht met toeschouwers. Bij vertrek een man meegenomen naar de grens ong. 50 km, daar hij anders nog een halve dag op de lokale bus moest wachten. Onderweg moesten we afremmen voor een stel overstekende bavianen.
Bij aankomst bij de grens werden we meteen aangesproken door iemand die ons met een truck met onze bus en de motor van Mark er op over “the road trough hell” ( ong. 500 km.!!!) wilde vervoeren. Na enige onderhandeling en afwegen besloten we het te doen. De rit zou ongeveer 36 uur duren met hopelijk een gemiddelde van ong. 15 km per uur. We hebben het besluit genomen om rede dat er vele voertuigen vast komen te zitten en zéér grote schade oplopen, en tevens worden er af en toe overlanders beroofd. Omdat het zondag was moest er speciaal een man komen van customs om onze voertuigen uit te klaren dat natuurlijk weer wat geld moest kosten, vervolgens de stempels in onze paspoorten voor het uitreizen van het land proberen te bemachtigen, en ja hoor de elektra was op dat kantoor uitgevallen, dus twee uur wachten waarna het evengoed ondanks de stroomstoring ineens wel kon. Dus wat papieren betreft konden we Ethiopië verlaten. Daar het eerste stuk van het traject het gevaarlijkste is besloten we de volgende morgen om zeven uur te vertrekken. En op het terrein van de douane te blijven overnachten.

12 december

                                          Ontmoeting met motorrijder die uit Kenia kwam.

Om zes uur opgestaan om de boel voor te bereiden. tijdens ons ontbijt kregen we te horen dat het frame van de truck te laag was om onze bus er op te krijgen. Om negen uur kregen we te horen dat het vertrek pas om twee uur zou plaats vinden, want er moest een andere truck geregeld worden.
Wachten duurt lang, om twee uur kwam de eigenaar van de truck en de tussenpersoon bij ons om te vertellen dat het bovengedeelte van de truck met snijbranders verwijderd zou moeten worden i.v.m. de hoogte van onze bus hetgeen inhield dat wij een behoorlijk bedrag meer moesten betalen, wat wij weigerde, daar wij een contract hadden en we de persoon hiervoor gewaarschuwd hadden dat de truck te laag was. Na veel heen en weer geruzie kwam er politie bij en werd de eigenaar van de truck gearresteerd, wat wij Mark en wij niet zo fijn vonden, daar wij dan ook nog ons geld kwijt zouden zijn. Na veel gepraat werd de man weer vrijgelaten en zou hij de volgende morgen voor een goede truck zorgen. Laat in de middag kwam er een Engelse overlander op een motor aan van de weg door Kenia die wij zouden rijden. Hij vertelde dat het een vreselijk slecht traject was, wat hem een schokbreker heeft gekost. Hij besloot met zijn tentje bij ons de nacht op het parkeerterrein door te brengen.

13 december   

                                          En iedereen moest zich er mee bemoeien.

Om vijf uur opgestaan want om zes uur zou de truck komen om ons op te halen. Om zeven uur kwam er een motorrijder om te vertellen dat we naar de Keniaanse kant moesten komen. Na alle grensformaliteiten te hebben geregeld, moesten we achter de motorrijder aan rijden om naar een gedeelte te gaan waar het qua hoogte verschil mogelijk zou zijn om met planken op de truck te rijden
Daar aangekomen waren er wederom erg veel mensen die zich met het geheel bemoeiden. De truck arriveerde maar was wederom te laag. Na veel gepraat eiste Mark ons geld terug wat de eigenaar van de truck uiteindelijk deed. Daarna naar het traject gegaan waar alle trucks vertrekken, er boden zich diverse trucks aan, want ze roken allemaal geld, maar waren allemaal te laag. Rond een uur of één waren we het geheel zo zat, dat we besloten op een stille plek op het terrein van het politiebureau even bij te komen. En daar eventueel de nacht door te brengen om de volgende dag om zes uur te vertrekken over “The Road trough Hell” waarvan de meeste mensen zeiden dat we het met onze lage onderkant van onze bus niet zouden redden. In de namiddag kwam er een jongeman bij ons zitten die om de hoek woonde en bood ons aan in onze bus met ons mee te rijden met wat gereedschap omdat wij het merendeel al hadden zou hij alleen een kapmes meenemen om ons te helpen het traject door te komen. Mark (de Zwitserse motorrijder) keerde terug van het dorp en vertelde ons dat hij een truck voor hem en zijn motor had gevonden en een afspraak had gemaakt om de volgende dag om zes uur te vertrekken.

                                          Gezellige avond bij Yusuf en familie.

De jongeman genaamd Yusuf bood ons aan om na het eten koffie te komen drinken bij zijn moeder en broer, wat we deden. Na een toch nog gezellige avond vroeg naar bed gegaan om de volgende morgen met z’n drieën te vertrekken.
Klik op bovenstaande titel om onderaan te reageren.

maandag 21 november 2011

Soedan

Soedan

15 november

                                          Kees slapend op het (hard) metalen dek.

Vroeg in de morgen rond vijf uur werden we gewekt door het geluid door luidspeakers van het gezang tot oproep voor moslims om te bidden. Vrij kort daarna keerde de rust weer en om ong. zes
uur werden we gewekt door de zonsopkomst. Om half zeven voeren we langs Abu Simbel (de tempels die we vorige week hadden bezocht) wat vanaf het water mooi te zien was. Aan boord moesten we weer de nodige papieren invullen en stempels halen.

                                          Aankomst in Wadi Halfa.

Om elf uur meerde de boot aan
waarna we redelijk snel door de douane controle waren om vervolgens met een soort taxi naar Wadi Halfa te gaan, waar we bij een hotel werden gedropt. Het gevecht om een twee persoons kamer was begonnen, wat we uiteindelijk hebben verloren, dus moesten we een vier persoons kamer delen met de Fransozen wat we niet erg vonden. S’avonds gezellig met z’n vieren op het dorpsplein warm gegeten met onze handen, want bestek doen ze hier niet aan. Behalve een asfalt hoofdweg zijn alle straten van zand.  

16 november

                                          Echte verse fruitsap in het restaurant.

De horloges moesten een uur voor uitgezet worden, dus nu is het verschil met Nederland 2 uur.
Ontbijt op de bedden in de hotel kamer die alleen bestaat uit een kamer met 4 bedden, het ontbijt hadden we gisteren zelf op de lokale markt gekocht. In het hotel is géén mogelijkheid om eten of drinken te kopen en er zijn ook géén tafels. Op onze hotelkamer zagen we twee gekko’s (een soort hagedissen) op het plafond lopen. Na het ontbijt naar het lokale politiebureau gegaan om
een doorreis permit te kopen wat wettelijk verplicht is. We werden letterlijk van het kastje naar de muur gestuurd, vele stempels en foto kopieën later wat ong. een uur duurde en 25 euro in Soedanese ponden achteruit waren we weer buiten. Op zoek gegaan naar een internet café bleek de USB stick om onze verhalen en foto’s op te zetten nog in de bus te liggen. Hierdoor hebben we alle tijd om de foto’s op de laptop te zetten en de reisverhalen in Word te zetten. Dit alles in afwachting van onze bus die in de loop van de dag ook is aangekomen met de boot maar waar we nog niet bij mogen komen omdat alle papieren daarvoor nog geregeld moeten worden, wat volgens zeggen morgen ochtend gaat gebeuren.

17 november

                                          Alle overlanders uren wachtend op de papieren rompslomp.

We zouden om half acht afgehaald worden met een taxibus, het werd natuurlijk weer acht uur.
Het was wat proppen geblazen, want we zaten met 15 personen in het busje. Aangekomen in de haven mochten we er eerst niet in, maar na een half uur mochten we verder. Bij de boot mochten
we één voor één er achteruit afrijden. Toen naar het begin van de pier in een rij opstellen voor de douane controle van de voertuigen (auto’s en motoren). Helaas was de douane controleur op een trouwpartij/ontbijt, zodat wij twee uur voor joker stonden. Toen de ambtenaar uiteindelijk was gearriveerd werden de chassis nummers, motornummers en inboedel gecontroleerd wat wederom enige tijd duurde. Daarna werden de carnet de passages van de nodige stempels voorzien en konden we een paar honderd meter verder rijden naar de uitgang, helaas was daar wederom een controle die
ook weer de nodige tijd in beslag nam. Uiteindelijk reden we om twee uur de haven uit en waren we officieel  met onze bus in Soedan.
Deels via een asfaltweg daarna een kilometer door het zand het dorp Wadi Halfa ingereden naar ons hotel om onze bagage op te halen en uit te checken. De meeste overlanders besloten om enige kilometers verder in zuidelijke richting te overnachten tussen de rotsen, daar er op onze boot drie auto’s niet meekonden (zij hadden eigenlijk al eerder geboekt als ons) en op een andere boot waren geladen en deze nog niet was aangekomen besloten wij bij deze mensen in het dorp te blijven, zij in het “hotel” en wij in onze comfortabele bus.

18 november

                                          Op de fiets van Engeland naar Zuid Afrika.

Vroeg in de morgen koffie gedronken bij de bus (omdat wij warm water hadden en het “hotel” niet) met de mensen die achter moesten blijven. Daarna vertrokken richting Khartoum de hoofdstad van Soedan ong. 1000 km. naar het zuiden. Na ongeveer 75 km. kwamen we Philip en An tegen het Franse koppel dat de vorige dag uit Wadi Halfa was vertrokken, zij deden rustig aan. Een 50 km. verder hebben wij een koffiepauze ingelast en kregen wij bezoek van één van de Duitse motorrijders die ook vroeg in de morgen was vertrokken uit het hotel. Op een gegeven moment kwamen we langs een goudzoekers kamp waar een paar honderd mensen hun geluk aan het zoeken waren, nog even gesproken met een van de goudzoekers en vervolgens weer op pad.
Ongeveer 15 km. voor de stad Dongola waar we zouden overnachten kwamen we de twee Zuid Afrikaanse en een Engelse fietser tegen die we in Aswan in Egypte hadden ontmoet en ook later op de boot hadden gesproken, zij gingen van Engeland op de fiets naar Zuid Afrika, zij waren direct van de boot weer onderweg gegaan, dus géén wachtpartij in het hotel. Gezellig met de jongens wat bijgepraat, vervolgens naar Dongola doorgereden wat boodschappen gedaan, in de bus gekookt en vroeg gaan pitten.

19 november

                                          Toekijkende kinderen tijdens onze koffie pauze.

Uit Dongola vertrokken naar de stad Karima waar we de “pyramide’s” van Merowe zouden bezoeken. Onderweg zagen we veel kamelen, maar het gekke was dat we verspreid door de woestijn ook meer als 50 dode kamelen hebben gezien waar we géén verklaring voor konden vinden, want het was vlak bij de Nijl, dus water en voedsel genoeg. De kinderen zijn steeds schaarser gekleed, en de mensen zijn inmiddels inktzwart van kleur. Onderweg koffie gedronken bij een dorpje waar we veel belangstelling hadden van kinderen. Op een kruising bij een checkpoint kwamen we een Engelse en Zwitserse motorrijder tegen, die we ook in ons hotel in Wadi Halfa al hadden gesproken, zij vroegen of wij al bij de pyramide’s waren geweest, en toen hebben wij een foto aan hun laten zien, waarop zij besloten vlug door te rijden i.v.m. het vallen van de avond, en zijn wij de andere kant uitgereden over een schier eindeloze asfaltweg door de “Bayuda” woestijn, daar er géén einde aan leek te komen hebben we voor het donker werd besloten in deze woestijn onze bivak op te slaan.

20 november

                                          Onze bus voor de campsite.

Bij het opstaan werden we verrast door een prachtige zonsopgang waar we uiteraard een plaatje van schoten, niet veel later kwam uit het niets een woestijnbewoner aanlopen, hij klopte tegen de voorruit
waarna Kees hem met een gebaar duidelijk maakte dat er mensen in de bus waren, waarna hij verder liep en in het niets verdween. Na het ontbijt verder gereden  naar Atbara dat wij konden bereiken over een nieuw aangelegde brug over de Nijl, (voor de aanleg van deze brug moest al het vervoer met een pont geschieden). Vanaf Atbara bleek er een tolweg naar Khartoum (hoofdstad van Sudan met ong. 9 miljoen inwoners) te zijn. Op de tolweg moesten wij stoppen voor diverse checkpoints waar we ons steeds onze paspoorten moesten laten zien. Tevens op deze weg nog even volgetankt voor omgerekend € 0,30 cent per liter. Tegen donker aangekomen in Khartoum waar het zoals een grote hoofdstad betaamt vreselijk druk was. Getracht door onze coördinaten een campsite te vinden wat slecht wilde lukken, uiteindelijk een persoon gevonden die géén woord Engels sprak maar met behulp van een plaatje op een stencil begrepen wij dat hij wist waar het was, hij wist ons met handen en voeten duidelijk te maken dat hij in wilde stappen om ons er heen te brengen, om vervolgens kris kras door de stad na ongeveer een half uur bij de bedoelde campsite af te leveren, hij gaf een hand stapte uit en verdween voor we er erg in hadden. We konden er maar voor één nacht staan, want de volgende dagen was het daar volgeboekt i.v.m een manifestatie, de manager wilde ons niet wegsturen omdat het al donker was, maar we moesten beloven dat we de volgende morgen om acht uur weg zouden zijn.

21 november

                                          Ons wasje hangt te drogen.

Half acht opgestaan om vervolgens de bus buiten de poort te rijden en te ontbijten. Om acht uur gevraagd naar de manager van de campsite i.v.m. het afrekenen, ondertussen hebben we de bus opgeruimd, olie gecontroleerd en het drinkwater bijgevuld, vervolgens ging Jannie weer vragen of de manager kon komen, daarna maar weggereden, denkelijk wilden ze ons geld niet hebben. Toen door het drukke verkeer een hotel in het centrum van de stad gevonden. Daar ingecheckt, de lunch gebruikt, de was gedaan en gedoucht en ’s avonds heerlijk gegeten. Het is heel raar, maar in deze stad (ong. 10 maal het inwonertal van Amsterdam) kan je geen geld uit een muur trekken, en je kan nergens met een creditcard betalen, ook in ons hotel niet. 
Ondertussen ook met internet bezig geweest op de kamer, maar toen we na het eten onze site wilden updaten was het zeerrrrrrrrrrrr trage internet weggevallen, hebben toch de dagverslagen afgemaakt in “Word” en op een USB stick gezet om het later op de avond nog eens te proberen, en voila het lukte. 

  22 november

                                         Een Engelse en Zwitserse overlander plaatsen een nw. band.
Bij het hotel werden we om 9 uur door een taxi afgehaald om naar de Nederlandse ambassade te gaan om daar een officieel formulier te halen om problemen bij de Ethiopische grens te voorkomen, om vervolgens naar de Ethiopische ambassade te gaan om onze visums aan te vragen, na het invullen van de diverse formulieren kregen we te horen dat we de volgende dag de paspoorten weer op konden halen. Vervolgens een warme lunch gebruikt en uitgecheckt. Op aanwijzingen van de hoteleigenaar naar een camping gereden (Blue Nile Club), waarvan we het adres hadden gekregen van andere overlanders. Daar aangekomen bleek het een gezellige campsite aan de Nijl en troffen we de nodige overlanders die we ook op de boot hadden gesproken. Ons geïnstalleerd, en tevens op internet gekeken, in de bus gekookt en gegeten en vroeg naar bed gegaan.

23 november

                                         Jannie heeft net vers brood gehaald.
Net buiten de poort van de campsite konden we vers brood halen. Na het ontbijt met een taxi naar de Nederlandse ambassade gereden om een brief op te halen en zijn we vervolgens naar de Ethiopische ambassade gereden om onze paspoorten met de visums op te halen. Teruggekomen op de campsite wilden we na de lunch zo’n beetje vertrekken richting Ethiopië, eerst zou ik onze “Coleman brander”
nog repareren. Toen ik hiermee klaar was verschenen de één na de andere overlanders die in Wadi Halfa waren achtergebleven, dus namen we het besluit voor de gezelligheid en om hun verhaal te horen om nog maar een nachtje te blijven. Bij het uit proberen van de “Coleman brander” vloog het met gewone benzine gevulde apparaat in vlammen en was het einde verhaal voor ons brandertje.
Een gezellige avond gehad met de hele groep waardoor het toch weer laat werd voor we naar bed gingen.

24 november

                                         Slaapplek bij tankstation.

Rond tien uur vertrokken van de campsite met iemand om naar een zéér grote supermarkt te gaan om wat voorraden in te slaan, en hij wist tevens ons zéér goed de weg uit Khartoum te wijzen, waarna we met z’n tweetjes verder gingen richting de grens van Ethiopië. Bij de plaats Wad Medina vonden we bij een tankstation een mooi plekje om onze bivak op te slaan.

25 november

                                         Papieren regelen voor invoer v/d bus.

Heerlijk uitgeslapen om vervolgens te vertrekken richting de Ethiopische grens. Voor de grens nog even de laatste Soedanese ponden in de dieseltank gestopt om vervolgens door te rijden naar Gallabat waar we de stempeltjes in onze paspoorten om uit Soedan te komen lieten zetten en onze bus op papier uit te voeren. Door naar Ethiopische kant waar het ons opviel dat er computers waren bij de paspoort controle en dat er een foto van ons werd gemaakt en ook vingerafdrukken werden genomen. Vervolgens door naar customs om onze bus in te voeren. Het liep tegen sluitingstijd waardoor de man van customs de tijd voor ons nam. Wij vroegen of we met onze bus daar mochten overnachten, wat hij geen bezwaar vond.

                                         Dinner in Ethiopie aan de grens.

Na ong. een kwartiertje werd er op de bus geklopt en kwam een ander van customs om te vragen of we bij hem wilden eten, wat wij niet afsloegen. Kregen een heerlijke maaltijd voorgeschoteld en we mochten zo veel eten als we wilden, de man kwam met nog een ander typisch Ethiopisch gerecht wat wij veel te heet gekruid vonden, dus uit beleefdheid hebben we daar maar een weinig van genomen. Het was een gek idee dat we hier in Ethiopië ons zaten vol te eten, een beetje de wereld op z’n kop.

Klik boven op de titel van dit bericht om onderaan te reageren.