maandag 9 april 2012

Guinee/Senegal/Mauretanië/Marokko/Europa

7 april

                                          Richting Dakar (hoofdstad van Senegal).

In de ochtend Senegal binnen gereden, met 99% super wegdek. Eerst noordelijke richting
daarna naar het westen richting Dakar de hoofdstad. Onderweg kwamen in de plaats Tambacounda eerst getankt van het Senegalese geld wat we nog hadden, daarna geld uit de muur gehaald vervolgens de rest van de tank afgevuld en onze twee reserve jerrycans en het reserve tankje van 5 liter gevuld. Rustig verder gereden tot we in de plaats Kaolack daar een fatsoenlijk hotel gevonden, waar we het rode haar dat vol zat van de stof van ons lichaam hebben gespoeld en waar we ook heerlijk hebben gegeten.

8 april
                                          Emmertje cement doorgeven.

Na een uitgebreid ontbijt in het hotel de ergste rode stof uit de bus verwijderd zijn vertrokken voor de rit naar Dakar. Onderweg zagen we wel zeker honderd mensen bij een moskee die een ketting vormden en emmers met cement doorgaven. In de middag kwamen we aan in Dakar, en vonden een hotel. We kwamen hier pas tot de ontdekking dat het eerste paasdag was en de ambassades dus morgen op de tweede paasdag gesloten zullen zijn. Dus voorlopig het hotel voor twee dagen geboekt. Even gewandeld om de buurt te verkennen en aan de overkant van ons hotel heerlijk gegeten.

9 april

                                                    Onze route tot nu.
Na een rumoerige nacht, we zitten waarschijnlijk in de buurt van een nachtclub of disco, eerst
vers brood gehaald, en ontbeten. Op internet het laatste gedeelte van onze route naar Nederland bekeken ( ongeveer zo’n 6000 km.) door Mauretanië, Westelijk-Sahara, Marocco,
en Europa. En Jannie heeft nog even haar slaap ingehaald. Koffie gedronken en daarna onze site weer helemaal bijgewerkt en op internet gezet.

10 april

                                          In Dakar.

We zijn op tijd opgestaan om vroeg bij de ambassade van Mauretanië te zijn. We zijn er met een taxi heengereden en moesten voor de deur wachten, want ze waren nog niet open, en er stonden al diverse mensen te wachten. Na het invullen van de formulieren en de pasfoto’s en paspoorten te hebben ingeleverd, kregen we te horen dat we het de volgende dag om drie uur
’s middags weer op konden halen. Van een jongeman uit Duitsland kregen we te horen dat we voor Marokko géén visum nodig hadden. Voor de zekerheid zijn we toch maar even naar de Marokkaanse ambassade gegaan om het na te vragen, maar het klopte inderdaad. En dat scheelt ons ook heel wat gedoe, want het paspoort van Kees zit helemaal vol, en dat zou inhouden dat we óók nog eens naar de Nedelandse ambassade zouden moeten voor een noodpaspoort, wat weer enkele dagen langer zou duren, en extra kosten voor Jan met de korte achternaam. Dus dat scheelt ons een dag(en) wachten in het hotel, en kunnen we morgen al vertrekken richting Mauretanië. Na de lunchpauze zijn we de stad ingegaan om wat te wandelen en tevens een W.A. verzekering voor onze bus af te sluiten. Onze eigen all risk verzekering gaat bij het overschrijden van de grens van Marokko weer in. Daarna nog even gewandeld en in een restaurantje wat gegeten en toen terug naar het hotel.

11 april

                                          Internetzaken regelen op de hotelkamer in Dakar.

In de loop van de morgen hebben we alle voorbereidingen gedaan om het hotel te verlaten.
En hebben we de site nog even een update gegeven. Als we om drie uur onze paspoorten met de visums weer terug hebben rijden we gelijk door richting de grens van Mauretanië.
Onderweg kwamen we een autobus tegen waar een levende geit op een imperial was gebonden.
Daarna zijn we doorgereden naar de plaats Mbedine waar we een slaapplek zagen bij een huis in het dorp. Toen we één minuut stil stonden kwamen diverse kinderen om een kadootje vragen. Na een pen gegeven te hebben kwam er nog een andere dame en die vroeg om het shirt van Jannie, die hem ter plekke uittrok en aan haar afstond. Daarna kwamen nog een paar vrouwen en die begonnen aan het haar van Kees te voelen.

12 april

                                         Rivier als natuurlijke grens tussen Senegal en Mauretanië.

We zijn vroeg vertrokken richting Rosso de grensplaats Senegal/Mauretanië, het is een natuurlijke grens want het is een rivier, die uitsluitend met een boot/ferry over te steken is.
Om rond elf uur in de morgen kwamen we in Rosso aan. Helse toestanden bij de zéér ongeorganiseerde bende bij de douane, er stonden diverse vrachtauto’s een touringcarbus en diverse personen auto’s. We moesten voor Mauretanië een aparte WA verzekering afsluiten,
want zonder kom je het land niet in. Na ongeveer een uur vertrokken we met de boot de rivier over naar Mauretanië. De overtocht was in tien minuten gepiept. Daarna werden onze papieren ingenomen door de douane, die we na registratie en betaling van een soort inrij- belasting weer terug kregen, daar customs waar we de bus moesten invoeren pas om een uur of drie terug zou komen, was het wachten geblazen in de bloedhitte. De betreffende ambtenaar kwam pas om half vier aankakken. Na dat te hebben geregeld, konden we vertrekken.


Onderweg zagen we een leuk tafereel, een lelijke eend met daarnaast een kameel. We zijn doorgereden tot ongeveer dertig km. voor Nouakchott om in een rustig dorpje te overnachten tegenover een kleine moskee.

13 april

                                         Overstekende kamelen.

Om zes uur zijn we vertrokken, en tien minuten later op onze nuchtere maag kregen we onze eerste politie controle. De man was gekleed in een lichtgevend jack, en had een zwarte muts op en een sjaal voor zijn gezicht, we moesten erg lachen om zijn outfit, maar de man was erg vriendelijk. Onderweg was het oppassen geblazen voor overstekende kamelen. Kees heeft nog even gebruik moeten maken van één van onze reserve jerrycans met diesel, want het is in de woestijn niet al te druk bezaaid met tankstations. We kwamen aan bij de grensplaats Guerguarat waar we in no time Mauretanië uit waren, toen kwamen we in twee km. niemandsland waar dus ook géén weg was, en dus was het zoeken geblazen naar de douanepost van Westelijk Sahara/Marokko waar we na ong. twintig minuten arriveerden.
Daar duurde het erg lang, want we moesten door een hal rijden met een enorme scan robot die onze bus op wapens e.d. ging controleren wat weer gepaard met de diverse papieren en stempels. Tevens kwam er nog een douane ambtenaar die al met zijn pen klaar stond om de naam “Westelijk Sahara” door te krassen op de grote Afrika stickers op de zijkanten van de bus, wat Kees absoluut niet wilde en de man verbood aan de bus te komen. Jannie heeft het ter plekke opgelost door een stukje grijs ducktape overheen te plakken. Als eerste gingen we tanken en de reserve jerrycan vullen over de grens, want de diesel was daar erg goedkoop, n.l. ong. € 0,55 cent per liter. Het was daar een gezellig geheel, en al wat later op de dag, dus zijn we daar bij een cafetaria wat gaan eten en daar voor de deur gaan slapen.

14 april

                                         Gestrand schip.

We zijn kwart over zes vertrokken, en na een tijdje dachten wij weer eens een controle te krijgen, maar het waren politie agenten die aan ons vroegen of ze met ons mee konden liften, wat we geen bezwaar vonden ze stapten pas na ong. 30 km weer uit. We zagen erg veel kamelen, en we moesten twee keer stil gaan staan voor een konvooi uit de tegenovergestelde richting, want de wegen zijn hier in de woestijn dusdanig smal dat je wel aan de kant moet.
In de plaats Boujdour hebben we Dirhams (het Marokaans geld) uit een muur gehaald, wat tot onze verbazing voor het eerst weer kon met ons Rabobank pasje. Toen zijn we daar in een straat met behoorlijk wat restaurants relax wezen eten, bij verrek uit deze plaats nog even weer getankt. Toen zijn we door gereden naar de plaats El Marsa want we wilden graag een nacht met de bus op het strand slapen. Bij aankomst op het strand zagen we een schip wat gestrand was, waar meerdere mensen aan het kijken waren. Op deze plaats reden we ons weer eens vast, en met behulp van een paar mensen en licht graafwerk kwamen we weer vrij. Toen we wilden gaan koken kwam er een militair naar onze bus, en vertelde ons dat we daar niet mochten blijven slapen omdat het militair terrein was. Toen zijn we weer teruggereden naar het stadje waar we een plekkie vonden om te pitten.

15 april

                                         Stadspoort

Na opgestaan te zijn hebben we éérst vers brood en wat frisdrank gekocht. Toen we de stad uitreden zagen we een soort stadspoort van twee reuze witte kamelen. Daarna verder over een weg die over het algemeen de kustlijn volgde. We waren door een paar andere overlanders een paar weken terug gewaarschuwd dat deze omgeving bijzonder heet kon zijn, ruim 42 graden, maar wij hadden geluk het was op dat moment hoogstens 25 graden, dus voor ons zéér aangenaam.

                                         Pauze aan de Atlantische oceaan.

Voor de middagpauze vonden we een prachtige plek op de rotsen langs de zee om even te eten en uit te waaien. Aan het eind van de middag kwamen we aan in de kustplaats Ait-Nelloul vlak voor Agadir de eerste grote stad aan de aan de kust. Daar hebben we de bus op een parallelweg geparkeerd en zijn we een restaurantje in gegaan. Daar kregen we een authentieke Marokkaanse kamer aangewezen, en toen wij ons eten kregen kwam er iedere keer een kat naar binnen, daar Jannie er niet zo blij mee was en daar wij maar alleen in deze kamer waren heeft Jannie de deur dicht gegooid om rustig te eten. Toen we klaar waren bleek er aan de binnenkant van de deur géén klink te zitten en zaten we dus opgesloten. Na een poosje kwam de persoon die ons bevrijdde. Toen zijn we teruggegaan naar de bus en vonden daar vlakbij een goede plaats om te slapen.
\
16 april
                                         Atlas gebergte met besneeuwde toppen.

Toen we ’s ochtends vertrokken was het vanaf dat moment bijna alleen maar Noord Oost, dus landinwaarts. We reden door bijzonder mooi natuurgebied door de uitlopers van het Atlasgebergte waar de toppen nog met sneeuw waren bedekt. We reden voor het eerst sinds tijden over een echte snelweg (tolweg) die bijzonder mooi was, en weer de normale breedte. Toen we bij een tankstation stopten bleek het toen we uitstapten erg koud te zijn n.l. 7 graden.
        
We reden in de richting van de stad Marrakech waar we ongeveer een jaar of 30 terug ook al eens geweest waren. Daar aangekomen bleek alles vreselijk veel verandert te zijn, de winkelstraten waren belegd met marmer en alles was bijzonder schoon en fris.

                                         Fontijn in Marrakech.

We hebben nog een bezoek gebracht aan het plein met de slangebezweerders waar we toen ook in een hotelletje hebben geslapen. Het was er erg gezellig met enorm veel westerse toeristen.
In de loop van de middag zijn we uit Marrakech vertrokken richting de stad Fes één van de zeven koningssteden. Onderweg zagen we bij een stuwmeer in de bergen een weg aan het meer die afgesloten was voor doorgaand verkeer en voor ons een ideale rustige slaapplaats.

17 april
                                         Deeltje Spanje in Afrika.

We hebben het vandaag rustig aangedaan, en zijn dus wat later vertrokken. Toen we langs de plaats Meknes reden werden we opgebeld door Louis een andere overlander die we in Ashwan in Egypte hadden ontmoet, en waar we ook een tijdje mee opgetrokken zijn, hij vroeg waar we waren, want hij was de dag ervoor met het vliegtuig thuis gekomen en had zijn Toyota Landcruiser verscheept. Vandaag was het doel naar de Ferry toe te gaan die ons van Afrika weer naar het vaste land van Europa zou brengen. Deze dag gaf ons toch een apart gevoel, want zo zoetjes aan gingen we weer na zo’n krappe zeven maanden richting onze eigen cultuur met ons eigen geld, voedsel en gewoontes. Ook vandaag gingen we weer door een prachtig natuurgebied. Tegen de avond kwamen we aan bij de grens van Marokko met Spanje in de plaats Ceuta, dit is een Spaans gedeelte wat in Afrika ligt. Het is een zéér mondaine stad typisch Spaans, voor ons een beetje raar, want we konden voor het eerst weer met euro’s konden betalen. De grens formaliteiten waren in no time geregeld. We reden richting de haven waar we meteen werden besprongen door personeel van een boekingskantoor voor het boeken van de boot naar het vaste land van Spanje. We konden per direct vertrekken volgens het personeel, maar wij wilden liever de overtocht bij daglicht maken, dus boekten we voor de volgende morgen met een open ticket zodat we zelf konden bepalen hoe laat we opstonden. Hierna gingen we in het stadje even wat eten, en kwamen daar tot de ontdekking dat we met een tijdsverschil van twee uur zaten, dus onze horloges moesten twee uur vooruit, en kostte het ons twee uur slaap. bij terugkomst op het parkeerterrein bij het boekingskantoor bleken we op het terrein van de politie te staan en mochten daar dus niet overnachten. Toen zijn we doorgereden naar de boot, en onderweg zagen we een plaatsje waar we konden overnachten.

18 april
                                         We laten Afrika achter ons.

De boot naar Spanje zou om half acht vertrekken, dus i.v.m. het inboeken en oprijden moesten we al om zeven uur bij de boot zijn, en nu bleek dat we niet meer in Afrika waren, want hij vertrok exact om deze tijd. De overtocht duurde precies een uur, dus we hadden boven in het restaurant even tijd voor een kopje koffie en een croissantje en te genieten van de zonsopkomst. Bij het afrijden eindelijk géén formaliteiten meer. Onze kennissen André en Annemarie gebeld die in Spanje aan de kust wonen, dat we ongeveer aan het eind van de middag bij hun zouden langskomen.

                                         Uit eten met André en Annemarie en kennissen.
                                       
Daar aangekomen koffie gedronken en even lekker bij gekletst waarna we wandelend met nog een stel kennissen naar een Chinees restaurant zijn gegaan in de stad. Na heerlijk met z’n zessen gegeten te hebben zijn we weer teruggewandeld
en hebben we nog heel even op internet gekeken en zijn na een toch behoorlijk vermoeiende dag gaan slapen.

19 april
                                         Uitzicht vanuit het huis van André en Annemarie in Spanje.
Na uitgeslapen te hebben zijn we gewekt door Annemarie en na een heerlijk ontbijt en lekker gedoucht te hebben zijn we met hun auto een rondje door de omgeving gereden. De lunch hebben we genuttigd bij een Nederlands restaurant waar we voor het eerst sinds tijden weer eens een echte kroket proefden. Daarna zijn we naar een slager gegaan, die uit Purmerend kwam en super spullen verkocht. Toen hebben we thee gedronken en wat op internet gekeken.
De heerlijke avond maaltijd hebben we bij André en Annemarie gegeten. Daarna heeft Kees de bus weer even afgetankt, omdat we de volgende morgen vroeg om zes uur wilden vertrekken. de avond nog gezellig met z’n vieren doorgebracht en gaan pitten.

20 april  
                                         Mooie brug onderweg in Frankrijk.
Op tijd vertrokken richting Frankrijk. Het was bijzonder rustig in het verkeer, waarschijnlijk omdat het weekend was, dus nergens oponthoud. Het was goed weer, en om half vier gingen we Frankrijk in, hier was het weer betrokken en regenachtig. Om een uur zeven kwamen we aan bij een plaatsje ongeveer 500 km. ten zuiden van Parijs op een hoogte van ongeveer 1100 meter, er lag sneeuw en het was ong. 3/4 graden boven nul, dus voor ons bijzonder koud. We zijn gestopt op een parkeer terrein bij een mooi restaurant waar meerdere campers stonden, daar hebben we heerlijk gegeten en zijn daar vroeg onder de wol gegaan.

21 april
                                                   De totale route die we hebben gedaan door 33 landen.
’s Morgens vroeg opgestaan  en om ongeveer negen uur koffiepauze gehouden, en de volle goedkope diesel die we getankt hadden in Marokko uit de twee reserve jerrycans (40 liter) geleegd in de tank van de bus. Dit werd onze laatste dag, na een krappe zeven maanden van reizen/expeditie/vakantie waarin we enorm veel beleefd en gezien hebben hopen we vandaag weer in ons eigen bedje te kunnen slapen. Om ongeveer vijf uur kwamen we rond Brussel door een ongeval in een file van ongeveer een kwartiertje terecht, dit was vanaf Zuid Spanje ons eerste en enige oponthoud, dus we mochten niet klagen. Omstreeks acht uur kwamen we bij Corrie en René de zuster en zwager van Jannie aan en hebben daar heerlijk gegeten en wat bij gekletst, en zijn huiswaarts gegaan, ons eigen bedje in.   












Togo/Ghana/Ivoorkust

28 maart

                                            Voetbalwedstrijd op het strand van Ghana.

Bij de grens van Togo zagen we een auto met een open kofferruimte met een doodskist er in.
We hadden nog géén geld van het land Ghana, en gelukkig zagen we in een stad waar we doorreden een ATM automaat waar we het lokale geld uit de muur konden halen, en gelukkig maar want nog geen honderd meter verder begon een tolweg. De bedragen zijn meestal erg laag, maar je moet het natuurlijk wel hebben. Hierna zijn we doorgereden naar Accra ( de hoofdstad van Ghana), om naar de Nederlandse ambassade te gaan om info te nemen over een alternatieve route, daar de grenzen van het noordelijk gelegen Mali i.v.m. geweld voor alle verkeer gesloten waren. Toen we een mooi plekje voor onze bus hadden gevonden zijn we lopend naar de ambassade gegaan. Deze was helaas net gesloten, maar we konden wel een afspraak maken voor de volgende morgen. Bij terugkeer bij de bus bleken we 50 meter van een hotel te staan, waar we ’s avonds voetbal op televisie hebben gekeken en waar in de open lucht bij een zwembad werd gedanst.

29 maart
                                          Slaapplek in Accra (hoofdstad van Ghana)

We hadden om half tien de afspraak bij de Nederlandse ambassade, maar ons horloge moest een uur teruggezet worden, zodat wij erg vroeg waren, en dus maar even een wandeling in de buurt hebben gemaakt. Daar gaven ze ons het advies om toch maar een boot voor de bus te zoeken, en terug te vliegen omdat de alternatieve route een negatief reis advies had. Na onderling overleg besloten we toch met de bus terug naar Nederland te rijden, en niet langer
als noodzakelijk in de landen te verblijven waar we doorheen moesten en zijn we naar de ambassade van Ivoorkust gegaan. Daar kregen we te horen dat we naar een internetcafé moesten gaan om de kosten van de visums eerst over te maken en daarna terug te komen om de formulieren en foto’s in te leveren. Tijdens het overmaken werd ons gevraagd om een andere computer te gebruiken, want er moest iets aan onze computer worden geregeld. Na toch nog een afdruk van de betaling te hebben uitgeprint teruggegaan naar de ambassade van Ivoorkust. Daar moesten we even wachten, en tot onze verbazing kregen we na een gezellig gesprek meteen de paspoorten met de visums mee. Hierna hebben we gezellig in een restaurant gegeten en zijn nog even teruggegaan naar het internetcafé. Daarna met de taxi weer teruggereden naar de bus.

30 maart
                                          Stapeltje fietsen (misschien zit de fiets van Jannie er wel bij?)

Vroeg met de taxi naar de ambassade van Guinee, daar de formulieren voor de visums ingevuld, toen naar een bank om geld te wisselen want deze ambassade wilde de kosten voor de visums uitsluitend in US Dollars hebben. We mochten ’s middags om ongeveer vier uur terugkomen om de paspoorten weer op te halen, hetgeen we vreemd vonden want het was vrijdagmiddag en dan zijn de meeste ambassades gesloten. Met de taxi teruggereden naar de bus om de lege gasfles op te halen, want de taxichauffeur wist wel een adres om hem te laten vullen. Na het vullen van de gasfles naar een autobandenwinkel gegaan, om één nieuwe band te kopen. Daarna naar een montagehal gereden waar hij er werd opgezet en het reservewiel met de zo goed als nieuwe band aan de andere voorkant werd gezet, montage kosten omgerekend ong. € 3,=. Toen zijn we teruggereden naar ons plekkie bij het hotel. Hebben wat gegeten, en het drinkwater aangevuld om vervolgens met de taxi weer terug te gaan naar de ambassade van Guinee, waar we helaas te horen kregen dat de visums nog niet klaar waren en dat we maar om een uur of halfzes terug moesten komen. de taxichauffeur weggestuurd en daar in de buurt even gaan wandelen. Tot onze verbazing zagen we een enorme stapel met fietsen, zoveel hadden we in ons hele leven nog niet gezien. Even nog naar een internetcafé gegaan om wat bankzaken te regelen. Onze visums opgehaald, en daar waren we erg blij mee, want normaal konden we onze paspoorten pas na het weekend ophalen, dus dat scheelde twee dagen wachten. Toen zijn we weer met de taxi teruggereden naar onze bus. Waar we in het hotel waar we voor stonden heerlijk hebben gegeten.

31 maart
                                          Vers water pompen.

Om kwart voor acht zijn we vertrokken om Accra verlaten naar het westen richting de grens van Ivoorkust. Bij het verlaten van de miljoenenstad kregen we een tolweg, en we dachten nog nu kunnen we wat opschieten maar helaas hebben we ongeveer anderhalf uur in een file gestaan/gereden. Onderweg kwamen we langs een dorp waar kinderen aan het waterpompen waren, dus namen wij het te baat om weer fris drinkwater aan te vullen. Kees hoefde alleen maar onze jerrycan er onder te houden en de kinderen hebben hem toen volgepompt. Jannie maakte daar een foto van, die ze ter plekke afdrukte en aan de jongen gaf die de pomp bediende, dat vonden alle bewoners van het dorp erg leuk. We reden over een bosachtige weg, toen we plotseling een boom zagen bewegen, en die dreigde om te vallen op onze bus, door een zéér snelle reactie konden we deze catastrofe voorkomen. Vlak voor de grens van Ivoorkust in het plaatsje Elubo hebben we onze laatste Ghanese geld omgezet in dieselolie.
En besloten we daar de nacht door te brengen.

1 april
                                          Bruggetje onderweg.

Bij de grens om Ghana uit te komen verzocht Kees bij de desbetreffende douanebeambte om
voor het uitstempelen absoluut géén lege bladzijde in het paspoort te gebruiken om de stempel te zetten, daar deze bladzijden nodig zijn voor de resterende visums. Tot onze grote verbazing deed hij het in Kees zijn paspoort wel, wat ons later misschien in de problemen zou kunnen brengen, en in het paspoort van Jannie zijn de beambten op een andere manier bezig geweest, dus heeft zij meer ruimte. Bij een tussenstop toen Kees naar het toilet moest stopte we bij een UN legerplaats, bij navraag bleken deze mensen uit Bangladesh te komen. Hierna zijn we doorgereden naar de plaats Daola en hebben daar een hotelletje opgezocht waar de bus veilig op een bewaakte binnenplaats kon staan.

2 april
                                          Alle kinderen werken mee.

Toen wij ’s morgens de hotelkamer uitkwamen bleken we tussen allemaal militairen van de UN te hebben geslapen. We zijn doorgereden in westelijke richting naar de plaats Man maar vlak voor die tijd kwam de afslag naar Danane, op de kruising kregen we nog een politie controle. Daarna kregen we ongeveer nog vijftig kilometer redelijk wegdek waarna volgens de kaart het slechte traject zonder wegdek beginnen. In het begin was het redelijk bedekt met graffel, maar langzamerhand werd het slechter en slechter en na ong. vijftig km. moesten we een afdaling van zo’n 30% en toen liep de onderkant van de bus vast op de rotsachtige ondergrond. Waarna een paar motorrijders en een fietser ons met vereende krachten weer los wisten te krijgen. Na ong. 200 meter was het zo stijl naar beneden, en toen we keken bleek de rechter voorband leeg te zijn. Het was een zéér groot probleem, want toen we de bus op wilde krikken dreigde hij van de krik af naar beneden te glijden. Met behulp van een motorrijder grote stenen voor de wielen gelegd om het naar beneden glijden te voorkomen. Met veel pijn en moeite het wiel verwisseld, waarna we weer verder konden. We konden kiezen of door veel te diep water van een rivier te rijden met het risico dat er water in de motor zou komen, of over een totaal vergane brug te rijden.

                                          Onze bus die 3000 kg. weegt moest hier over.

We kozen voor de brug, maar bij de eerste poging zakte het linker voorwiel door de brug, en stond de bus vast. Diverse omstanders hielpen mee de bus aan de voorkant op te tillen en terug te duwen. Terwijl Jannie ook mee hielp met duwen rolde er een boomstam uit de brug die op haar grote teen kwam en haar grote teen kneusde.
Na een boomstam in het ontstane gat te hebben gelegd deden we een tweede poging, en gingen met een hogere snelheid onder groot gejuich van de omstanders over de brug. Twee jongens op een motor begeleiden ons nog een paar kilometer om ons verderop te helpen.
Na enige tijd kwamen we bij een rivier waar een doorgebroken brug was dus moesten we door het water. Via een zéér steile afdaling naar beneden, door de rivier, maar helaas aan de
andere blubberige kant gleed de bus weg en konden we niet omhoog rijden. Na diverse pogingen en met behulp van wel zo’n tien man die duwde kwamen we uiteindelijk omhoog.
Bij de douanepost waar we werden ingestempeld hebben we bij een geld wisselaar een biljet van € 50,= kunnen omwisselen voor het lokale geld.
Na ongeveer 10 minuten kwamen we bij een zéér klein customs postje in het dorpje Nzoo en zijn daar gaan slapen.

3 april
                                          Er gebeurd wat in het dorp.
Bij controle van de voorband bleek deze niet lek te zijn , maar gedeeltelijk leeggelopen op
de scherpe stenen van de afdaling van gisteren. Dus na de band weer op spanning te hebben gezet en verwisseld te hebben en na enige reparaties aan de auto zijn we weer op pad gegaan.
We kwamen nog diverse smalle bruggetjes tegen maar die waren allemaal oké. We kwamen
door het dorp Lola, waar gewoon autoverkeer door heen ging en waar tot onze verbazing alle vrouwen met ontbloot boven lichaam liepen. Door diverse stadjes gereden maar we kwamen maar géén ATM machine tegen om geld uit de muur te halen en we zagen nergens een dieselpomp. Iets voor de plaats Guekédou zagen we aan de kant van de weg een school en vroegen aan de mensen van het dorp of wij daar mochten overnachten, wat geen probleem was.

4 april
                                           De uitlaat bovenop de auto.

Vandaag voor de verandering weer eens een zeer slecht wegdek tot de plaats Kissidougou daarna werd het gelukkig beter. Onderweg zie je de vreemdste dingen, zoals een personen auto vol met bananen met de uitlaat op het dak in plaats van er onder. We zagen toch nog een tankstation, maar er stond géén prijs op de pomp dus het grootste gedeelte van ons geld hebben we diesel voor getankt, en waarschijnlijk hebben we er een behoorlijke prijs per liter voor betaald.  En zijn we doorgereden naar de plaats Faranah waar we bij een checkpoint  in een klein dorpje konden slapen.

5 april
                                          Lui varken.

Het laatste Guinee geld vertankt, dat was ong. zes liter die uit een grote bak gehaald werd met een soort maatbeker in een kleinere bak werd gegoten, en vervolgens deed de pompbediende een slang in zijn mond en zoog daaraan en hield met z’n duim de slang dicht en terwijl een ander de bak met diesel hoger op tilde ging de slang in de tankopening. Na eerst verkeerd gereden te zijn zaten we weer op de goede weg en hebben wij langs de kant van de weg onze twee reserve jerrycans geleegd in de tank van de bus. Onderweg hebben we diverse contoles gehad en koffie gedronken. Eerst hadden we zéér slecht wegdek, waarop we een gemiddelde van ong. 25 km. per uur konden rijden maar na de plaats Mamou werd het wegdek uitstekend en kregen we een zeer mooie rit door een gebergte. tegen donker zagen we een plek langs de kant van de weg naast een soort werkplaats waar we vroegen of we daar de nacht mochten doorbrengen, wat geen propleem was.

6 april
                                           Met de pont de rivier over.

Richting de plaats Labé om te zoeken naar een ATM machine of een bank om US dollars te wisselen. Want we zouden volgens de kaart ons “laatste” slechte traject in Afrika krijgen van zo’n 200 km. en daar hadden we te weinig brandstof voor in onze tank. Bij de eerste bank gevraagd om dollars te wisselen maar dat kon daar niet en werden we verwezen naar een andere bank. Daar bleek het wel mogelijk, de man van de bank legde ons uit dat de eerste ATM machine van het land daar in juni werd geplaatst. Met dat geld getankt bij een goed tankstation, zodat we voldoende voorraad zouden hebben voor het laatste slechte traject voor de grens van Senegal. Onderweg wilden we aan twee jongemannen van een jaar of 17 vragen of we wel op de goede weg zaten, op het moment dat Kees zijn gezicht liet zien om het te vragen rende ze alle twee een andere kant op, waarschijnlijk hadden ze nog nooit een blank gezien. Na een paar kilometer kwamen we plotseling bij een rivier met een pontje waar drie auto’s op pasten. Tijdens de overtocht moesten we helaas betalen, hetgeen we hebben gedaan met het geld van het volgende land Senegal en een foto gemaakt die Jannie ter plekke afdrukte en die er bij gegeven. Toen we weer onderweg waren zagen we uit de tegenovergestelde richting twee Landrovers met overlanders, en zijn we gestopt wat zij ook deden.
                                          Twee koppels overlanders die we ontmoetten.

Het ene stel kwam uit Engeland en het andere uit Zuid-Afrika. Na ong. een half uur gekletst en gegevens te hebben uitgewisseld gingen we weer verder. Op het eind van het 177 km. shit traject zonder wegdek en de overgang naar het goddelijke asfalt zagen we plotseling een groep van zo’n 30 apen bij een brug. We zijn doorgereden naar de grensplaats Sambailo waar we nacht hebben doorgebracht.