maandag 9 april 2012

Togo/Ghana/Ivoorkust

28 maart

                                            Voetbalwedstrijd op het strand van Ghana.

Bij de grens van Togo zagen we een auto met een open kofferruimte met een doodskist er in.
We hadden nog géén geld van het land Ghana, en gelukkig zagen we in een stad waar we doorreden een ATM automaat waar we het lokale geld uit de muur konden halen, en gelukkig maar want nog geen honderd meter verder begon een tolweg. De bedragen zijn meestal erg laag, maar je moet het natuurlijk wel hebben. Hierna zijn we doorgereden naar Accra ( de hoofdstad van Ghana), om naar de Nederlandse ambassade te gaan om info te nemen over een alternatieve route, daar de grenzen van het noordelijk gelegen Mali i.v.m. geweld voor alle verkeer gesloten waren. Toen we een mooi plekje voor onze bus hadden gevonden zijn we lopend naar de ambassade gegaan. Deze was helaas net gesloten, maar we konden wel een afspraak maken voor de volgende morgen. Bij terugkeer bij de bus bleken we 50 meter van een hotel te staan, waar we ’s avonds voetbal op televisie hebben gekeken en waar in de open lucht bij een zwembad werd gedanst.

29 maart
                                          Slaapplek in Accra (hoofdstad van Ghana)

We hadden om half tien de afspraak bij de Nederlandse ambassade, maar ons horloge moest een uur teruggezet worden, zodat wij erg vroeg waren, en dus maar even een wandeling in de buurt hebben gemaakt. Daar gaven ze ons het advies om toch maar een boot voor de bus te zoeken, en terug te vliegen omdat de alternatieve route een negatief reis advies had. Na onderling overleg besloten we toch met de bus terug naar Nederland te rijden, en niet langer
als noodzakelijk in de landen te verblijven waar we doorheen moesten en zijn we naar de ambassade van Ivoorkust gegaan. Daar kregen we te horen dat we naar een internetcafé moesten gaan om de kosten van de visums eerst over te maken en daarna terug te komen om de formulieren en foto’s in te leveren. Tijdens het overmaken werd ons gevraagd om een andere computer te gebruiken, want er moest iets aan onze computer worden geregeld. Na toch nog een afdruk van de betaling te hebben uitgeprint teruggegaan naar de ambassade van Ivoorkust. Daar moesten we even wachten, en tot onze verbazing kregen we na een gezellig gesprek meteen de paspoorten met de visums mee. Hierna hebben we gezellig in een restaurant gegeten en zijn nog even teruggegaan naar het internetcafé. Daarna met de taxi weer teruggereden naar de bus.

30 maart
                                          Stapeltje fietsen (misschien zit de fiets van Jannie er wel bij?)

Vroeg met de taxi naar de ambassade van Guinee, daar de formulieren voor de visums ingevuld, toen naar een bank om geld te wisselen want deze ambassade wilde de kosten voor de visums uitsluitend in US Dollars hebben. We mochten ’s middags om ongeveer vier uur terugkomen om de paspoorten weer op te halen, hetgeen we vreemd vonden want het was vrijdagmiddag en dan zijn de meeste ambassades gesloten. Met de taxi teruggereden naar de bus om de lege gasfles op te halen, want de taxichauffeur wist wel een adres om hem te laten vullen. Na het vullen van de gasfles naar een autobandenwinkel gegaan, om één nieuwe band te kopen. Daarna naar een montagehal gereden waar hij er werd opgezet en het reservewiel met de zo goed als nieuwe band aan de andere voorkant werd gezet, montage kosten omgerekend ong. € 3,=. Toen zijn we teruggereden naar ons plekkie bij het hotel. Hebben wat gegeten, en het drinkwater aangevuld om vervolgens met de taxi weer terug te gaan naar de ambassade van Guinee, waar we helaas te horen kregen dat de visums nog niet klaar waren en dat we maar om een uur of halfzes terug moesten komen. de taxichauffeur weggestuurd en daar in de buurt even gaan wandelen. Tot onze verbazing zagen we een enorme stapel met fietsen, zoveel hadden we in ons hele leven nog niet gezien. Even nog naar een internetcafé gegaan om wat bankzaken te regelen. Onze visums opgehaald, en daar waren we erg blij mee, want normaal konden we onze paspoorten pas na het weekend ophalen, dus dat scheelde twee dagen wachten. Toen zijn we weer met de taxi teruggereden naar onze bus. Waar we in het hotel waar we voor stonden heerlijk hebben gegeten.

31 maart
                                          Vers water pompen.

Om kwart voor acht zijn we vertrokken om Accra verlaten naar het westen richting de grens van Ivoorkust. Bij het verlaten van de miljoenenstad kregen we een tolweg, en we dachten nog nu kunnen we wat opschieten maar helaas hebben we ongeveer anderhalf uur in een file gestaan/gereden. Onderweg kwamen we langs een dorp waar kinderen aan het waterpompen waren, dus namen wij het te baat om weer fris drinkwater aan te vullen. Kees hoefde alleen maar onze jerrycan er onder te houden en de kinderen hebben hem toen volgepompt. Jannie maakte daar een foto van, die ze ter plekke afdrukte en aan de jongen gaf die de pomp bediende, dat vonden alle bewoners van het dorp erg leuk. We reden over een bosachtige weg, toen we plotseling een boom zagen bewegen, en die dreigde om te vallen op onze bus, door een zéér snelle reactie konden we deze catastrofe voorkomen. Vlak voor de grens van Ivoorkust in het plaatsje Elubo hebben we onze laatste Ghanese geld omgezet in dieselolie.
En besloten we daar de nacht door te brengen.

1 april
                                          Bruggetje onderweg.

Bij de grens om Ghana uit te komen verzocht Kees bij de desbetreffende douanebeambte om
voor het uitstempelen absoluut géén lege bladzijde in het paspoort te gebruiken om de stempel te zetten, daar deze bladzijden nodig zijn voor de resterende visums. Tot onze grote verbazing deed hij het in Kees zijn paspoort wel, wat ons later misschien in de problemen zou kunnen brengen, en in het paspoort van Jannie zijn de beambten op een andere manier bezig geweest, dus heeft zij meer ruimte. Bij een tussenstop toen Kees naar het toilet moest stopte we bij een UN legerplaats, bij navraag bleken deze mensen uit Bangladesh te komen. Hierna zijn we doorgereden naar de plaats Daola en hebben daar een hotelletje opgezocht waar de bus veilig op een bewaakte binnenplaats kon staan.

2 april
                                          Alle kinderen werken mee.

Toen wij ’s morgens de hotelkamer uitkwamen bleken we tussen allemaal militairen van de UN te hebben geslapen. We zijn doorgereden in westelijke richting naar de plaats Man maar vlak voor die tijd kwam de afslag naar Danane, op de kruising kregen we nog een politie controle. Daarna kregen we ongeveer nog vijftig kilometer redelijk wegdek waarna volgens de kaart het slechte traject zonder wegdek beginnen. In het begin was het redelijk bedekt met graffel, maar langzamerhand werd het slechter en slechter en na ong. vijftig km. moesten we een afdaling van zo’n 30% en toen liep de onderkant van de bus vast op de rotsachtige ondergrond. Waarna een paar motorrijders en een fietser ons met vereende krachten weer los wisten te krijgen. Na ong. 200 meter was het zo stijl naar beneden, en toen we keken bleek de rechter voorband leeg te zijn. Het was een zéér groot probleem, want toen we de bus op wilde krikken dreigde hij van de krik af naar beneden te glijden. Met behulp van een motorrijder grote stenen voor de wielen gelegd om het naar beneden glijden te voorkomen. Met veel pijn en moeite het wiel verwisseld, waarna we weer verder konden. We konden kiezen of door veel te diep water van een rivier te rijden met het risico dat er water in de motor zou komen, of over een totaal vergane brug te rijden.

                                          Onze bus die 3000 kg. weegt moest hier over.

We kozen voor de brug, maar bij de eerste poging zakte het linker voorwiel door de brug, en stond de bus vast. Diverse omstanders hielpen mee de bus aan de voorkant op te tillen en terug te duwen. Terwijl Jannie ook mee hielp met duwen rolde er een boomstam uit de brug die op haar grote teen kwam en haar grote teen kneusde.
Na een boomstam in het ontstane gat te hebben gelegd deden we een tweede poging, en gingen met een hogere snelheid onder groot gejuich van de omstanders over de brug. Twee jongens op een motor begeleiden ons nog een paar kilometer om ons verderop te helpen.
Na enige tijd kwamen we bij een rivier waar een doorgebroken brug was dus moesten we door het water. Via een zéér steile afdaling naar beneden, door de rivier, maar helaas aan de
andere blubberige kant gleed de bus weg en konden we niet omhoog rijden. Na diverse pogingen en met behulp van wel zo’n tien man die duwde kwamen we uiteindelijk omhoog.
Bij de douanepost waar we werden ingestempeld hebben we bij een geld wisselaar een biljet van € 50,= kunnen omwisselen voor het lokale geld.
Na ongeveer 10 minuten kwamen we bij een zéér klein customs postje in het dorpje Nzoo en zijn daar gaan slapen.

3 april
                                          Er gebeurd wat in het dorp.
Bij controle van de voorband bleek deze niet lek te zijn , maar gedeeltelijk leeggelopen op
de scherpe stenen van de afdaling van gisteren. Dus na de band weer op spanning te hebben gezet en verwisseld te hebben en na enige reparaties aan de auto zijn we weer op pad gegaan.
We kwamen nog diverse smalle bruggetjes tegen maar die waren allemaal oké. We kwamen
door het dorp Lola, waar gewoon autoverkeer door heen ging en waar tot onze verbazing alle vrouwen met ontbloot boven lichaam liepen. Door diverse stadjes gereden maar we kwamen maar géén ATM machine tegen om geld uit de muur te halen en we zagen nergens een dieselpomp. Iets voor de plaats Guekédou zagen we aan de kant van de weg een school en vroegen aan de mensen van het dorp of wij daar mochten overnachten, wat geen probleem was.

4 april
                                           De uitlaat bovenop de auto.

Vandaag voor de verandering weer eens een zeer slecht wegdek tot de plaats Kissidougou daarna werd het gelukkig beter. Onderweg zie je de vreemdste dingen, zoals een personen auto vol met bananen met de uitlaat op het dak in plaats van er onder. We zagen toch nog een tankstation, maar er stond géén prijs op de pomp dus het grootste gedeelte van ons geld hebben we diesel voor getankt, en waarschijnlijk hebben we er een behoorlijke prijs per liter voor betaald.  En zijn we doorgereden naar de plaats Faranah waar we bij een checkpoint  in een klein dorpje konden slapen.

5 april
                                          Lui varken.

Het laatste Guinee geld vertankt, dat was ong. zes liter die uit een grote bak gehaald werd met een soort maatbeker in een kleinere bak werd gegoten, en vervolgens deed de pompbediende een slang in zijn mond en zoog daaraan en hield met z’n duim de slang dicht en terwijl een ander de bak met diesel hoger op tilde ging de slang in de tankopening. Na eerst verkeerd gereden te zijn zaten we weer op de goede weg en hebben wij langs de kant van de weg onze twee reserve jerrycans geleegd in de tank van de bus. Onderweg hebben we diverse contoles gehad en koffie gedronken. Eerst hadden we zéér slecht wegdek, waarop we een gemiddelde van ong. 25 km. per uur konden rijden maar na de plaats Mamou werd het wegdek uitstekend en kregen we een zeer mooie rit door een gebergte. tegen donker zagen we een plek langs de kant van de weg naast een soort werkplaats waar we vroegen of we daar de nacht mochten doorbrengen, wat geen propleem was.

6 april
                                           Met de pont de rivier over.

Richting de plaats Labé om te zoeken naar een ATM machine of een bank om US dollars te wisselen. Want we zouden volgens de kaart ons “laatste” slechte traject in Afrika krijgen van zo’n 200 km. en daar hadden we te weinig brandstof voor in onze tank. Bij de eerste bank gevraagd om dollars te wisselen maar dat kon daar niet en werden we verwezen naar een andere bank. Daar bleek het wel mogelijk, de man van de bank legde ons uit dat de eerste ATM machine van het land daar in juni werd geplaatst. Met dat geld getankt bij een goed tankstation, zodat we voldoende voorraad zouden hebben voor het laatste slechte traject voor de grens van Senegal. Onderweg wilden we aan twee jongemannen van een jaar of 17 vragen of we wel op de goede weg zaten, op het moment dat Kees zijn gezicht liet zien om het te vragen rende ze alle twee een andere kant op, waarschijnlijk hadden ze nog nooit een blank gezien. Na een paar kilometer kwamen we plotseling bij een rivier met een pontje waar drie auto’s op pasten. Tijdens de overtocht moesten we helaas betalen, hetgeen we hebben gedaan met het geld van het volgende land Senegal en een foto gemaakt die Jannie ter plekke afdrukte en die er bij gegeven. Toen we weer onderweg waren zagen we uit de tegenovergestelde richting twee Landrovers met overlanders, en zijn we gestopt wat zij ook deden.
                                          Twee koppels overlanders die we ontmoetten.

Het ene stel kwam uit Engeland en het andere uit Zuid-Afrika. Na ong. een half uur gekletst en gegevens te hebben uitgewisseld gingen we weer verder. Op het eind van het 177 km. shit traject zonder wegdek en de overgang naar het goddelijke asfalt zagen we plotseling een groep van zo’n 30 apen bij een brug. We zijn doorgereden naar de grensplaats Sambailo waar we nacht hebben doorgebracht.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten